Frans · naamwoord

le logement

de woning

met lidwoordnaamwoorden · set 78

Voorbeeldzinnen

Je cherche un logement près du centre.
Ik zoek een woning in de buurt van het centrum.
Le logement était très propre.
De woning was heel schoon.
Nous trouverons un logement bientôt.
We vinden binnenkort een woning.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le logement. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le logement voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le logement in ripiti