Voorbeeldzinnen
Le maire habite près de l'église.
De burgemeester woont vlak bij de kerk.
Le maire a ouvert la fête du village.
De burgemeester heeft het dorpsfeest geopend.
Nous verrons le maire demain à la mairie.
We zien de burgemeester morgen op het gemeentehuis.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: le maire. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud le maire voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen le maire in ripiti