Frans · naamwoord

le manteau

de jas

met lidwoordnaamwoorden · set 34

Voorbeeldzinnen

Mets ton manteau, il fait froid.
Doe je jas aan, het is koud.
J'ai acheté un manteau en laine.
Ik heb een wollen jas gekocht.
Elle portera son manteau demain matin.
Ze draagt morgenochtend haar jas.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le manteau. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le manteau voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le manteau in ripiti