Frans · naamwoord

le mari

de echtgenoot, de man (partner)

met lidwoordnaamwoorden · set 31

Voorbeeldzinnen

Son mari travaille dans une banque.
Haar man werkt bij een bank.
Elle a attendu son mari devant la gare.
Ze wachtte voor het station op haar man.
Mon mari va préparer le dîner ce soir.
Mijn man gaat vanavond het avondeten klaarmaken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le mari. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le mari voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le mari in ripiti