Frans · naamwoord

le mois

de maand

met lidwoordnaamwoorden · set 4

Voorbeeldzinnen

Le mois de mars est froid.
De maand maart is koud.
J'ai payé le loyer ce mois.
Ik heb deze maand de huur betaald.
Nous partirons le mois prochain.
We vertrekken volgende maand.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le mois. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le mois voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le mois in ripiti