Frans · naamwoord

le pont

de brug

met lidwoordnaamwoorden · set 36

Voorbeeldzinnen

Le pont traverse la rivière.
De brug overspant de rivier.
Nous avons marché sur le pont.
We hebben over de brug gelopen.
Nous prendrons le pont pour aller en ville.
We nemen de brug om naar de stad te gaan.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le pont. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le pont voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le pont in ripiti