Voorbeeldzinnen
Il y a un pot de confiture dans le placard.
Er staat een pot jam in de kast.
Elle a acheté un pot de peinture blanche.
Ze heeft een pot witte verf gekocht.
Le pot est vide, il faut en acheter un autre.
De pot is leeg, we moeten een andere kopen.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: le pot. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud le pot voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen le pot in ripiti