Frans · naamwoord

le rendez-vous

de afspraak

met lidwoordnaamwoorden · set 39

Voorbeeldzinnen

J'ai un rendez-vous chez le dentiste.
Ik heb een afspraak bij de tandarts.
Elle a manqué son rendez-vous ce matin.
Ze heeft vanochtend haar afspraak gemist.
Nous aurons un rendez-vous demain à dix heures.
We hebben morgen om tien uur een afspraak.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le rendez-vous. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le rendez-vous voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le rendez-vous in ripiti