Frans · naamwoord

le riz

de rijst

met lidwoordnaamwoorden · set 41

Voorbeeldzinnen

Je mange du riz avec du poulet.
Ik eet rijst met kip.
Elle a acheté du riz au supermarché.
Ze heeft rijst in de supermarkt gekocht.
Le riz cuira en vingt minutes.
De rijst is in twintig minuten gaar.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le riz. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le riz voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le riz in ripiti