Frans · naamwoord

le sport

de sport

met lidwoordnaamwoorden · set 14

Voorbeeldzinnen

Je fais du sport trois fois par semaine.
Ik sport drie keer per week.
Mon frère a toujours aimé le sport.
Mijn broer heeft altijd van sport gehouden.
Elle voudrait faire du sport après le travail.
Ze zou na het werk willen sporten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le sport. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le sport voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le sport in ripiti