Voorbeeldzinnen
Le sud est plus chaud que le nord.
Het zuiden is warmer dan het noorden.
Ils ont passé leurs vacances dans le sud.
Ze hebben hun vakantie in het zuiden doorgebracht.
Nous partirons vers le sud demain.
We vertrekken morgen naar het zuiden.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: le sud. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud le sud voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen le sud in ripiti