Frans · naamwoord

le supermarché

de supermarkt

met lidwoordnaamwoorden · set 64

Voorbeeldzinnen

Je fais mes courses au supermarché.
Ik doe mijn boodschappen in de supermarkt.
Le supermarché ferme à vingt heures.
De supermarkt sluit om acht uur 's avonds.
Nous irons dans un supermarché demain matin.
We gaan morgenochtend naar een supermarkt.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le supermarché. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le supermarché voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le supermarché in ripiti