Frans · naamwoord
le temps
de tijd (beschikbaar/verstrijkend), het weer
met lidwoordnaamwoorden · set 1
Voorbeeldzinnen
Je n'ai pas le temps de manger.
Ik heb geen tijd om te eten.
Le temps a passé très vite hier.
De tijd is gisteren heel snel voorbijgegaan.
Nous aurons le temps demain matin.
We hebben morgenochtend tijd.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: le temps. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Uitdrukkingen met le temps
Onthoud le temps voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen le temps in ripiti