Frans · naamwoord

le toit

het dak

met lidwoordnaamwoorden · set 29

Voorbeeldzinnen

Le toit de la maison est rouge.
Het dak van het huis is rood.
Le vent a abîmé le toit cette nuit.
De wind heeft het dak vannacht beschadigd.
Un homme va réparer le toit demain.
Een man gaat morgen het dak repareren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le toit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le toit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le toit in ripiti