Frans · naamwoord

le vélo

de fiets

met lidwoordnaamwoorden · set 65

Voorbeeldzinnen

Je vais au travail à vélo.
Ik ga met de fiets naar mijn werk.
Mon frère a acheté un vélo neuf.
Mijn broer heeft een nieuwe fiets gekocht.
Tu pourras prendre mon vélo demain.
Je kunt morgen mijn fiets nemen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le vélo. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le vélo voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le vélo in ripiti