Voorbeeldzinnen
Au fait, tu viendras samedi soir ?
Trouwens, kom je zaterdagavond?
Nous avons mangé ; au fait, as-tu payé la note ?
We hebben gegeten; trouwens, heb jij de rekening betaald?
Au fait, est-ce que tu as vu Paul hier ?
Trouwens, heb je Paul gisteren gezien?
Onthoud au fait voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen au fait in ripiti