Frans · werkwoord

arriver

aankomen (arriveren)

werkwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Le train arrive à midi.
De trein komt om twaalf uur aan.
Ils sont arrivés très tard hier soir.
Ze zijn gisteravond heel laat aangekomen.
J'arriverai à la gare avant toi.
Ik kom eerder dan jij op het station aan.

Onthoud arriver voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen arriver in ripiti