Frans · werkwoord
chasser
jagen, verjagen
werkwoorden · set 47
Voorbeeldzinnen
Le chat chasse les souris dans le jardin.
De kat jaagt op de muizen in de tuin.
Mon grand-père a chassé toute sa vie.
Mijn opa heeft zijn hele leven gejaagd.
Ils vont chasser le sanglier cet automne.
Ze gaan dit najaar op everzwijnen jagen.
Onthoud chasser voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen chasser in ripiti