Frans · werkwoord
chauffer
verwarmen, opwarmen
werkwoorden · set 55
Voorbeeldzinnen
Je chauffe la soupe pour le dîner.
Ik verwarm de soep voor het avondeten.
Il a chauffé la maison toute la journée.
Hij heeft het huis de hele dag verwarmd.
Le soleil va chauffer l'eau de la piscine.
De zon gaat het water van het zwembad verwarmen.
Onthoud chauffer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen chauffer in ripiti