Frans · werkwoord
coûter
kosten
werkwoorden · set 25
Voorbeeldzinnen
Ce manteau coûte cent euros.
Deze jas kost honderd euro.
Le billet a coûté très cher.
Het kaartje heeft heel veel gekost.
Combien coûtera le voyage l'année prochaine ?
Hoeveel zal de reis volgend jaar kosten?
Onthoud coûter voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen coûter in ripiti