Frans · werkwoord
donner
geven
werkwoorden · set 2
Voorbeeldzinnen
Je donne du pain aux oiseaux.
Ik geef brood aan de vogels.
Il a donné son numéro à la voisine.
Hij heeft zijn nummer aan de buurvrouw gegeven.
Nous donnerons un cadeau à Paul.
Wij geven Paul een cadeau.
Onthoud donner voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen donner in ripiti