Frans · werkwoord
entraîner
trainen
werkwoorden · set 40
Voorbeeldzinnen
Il entraîne l'équipe de football des enfants.
Hij traint het voetbalteam van de kinderen.
Elle a entraîné son cheval tout l'été.
Ze heeft haar paard de hele zomer getraind.
Il va entraîner les jeunes joueurs samedi.
Hij gaat zaterdag de jonge spelers trainen.
Onthoud entraîner voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen entraîner in ripiti