Frans · werkwoord
fabriquer
maken (vervaardigen)
werkwoorden · set 36
Voorbeeldzinnen
Mon oncle fabrique des meubles en bois.
Mijn oom maakt houten meubels.
Ils ont fabriqué ce jouet à la main.
Ze hebben dit speelgoed met de hand gemaakt.
Je vais fabriquer une étagère pour le salon.
Ik ga een plank voor de woonkamer maken.
Onthoud fabriquer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen fabriquer in ripiti