Frans · werkwoord

faire

doen, maken

● onregelmatigwerkwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Je fais le ménage tous les samedis.
Ik doe elke zaterdag het huishouden.
Il a fait un gâteau pour ta fête.
Hij heeft een taart gemaakt voor jouw feest.
Nous ferons les courses demain matin.
Wij doen morgenochtend boodschappen.

Vervoeging 9 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijdvoltooid verleden (passé composé)onvoltooid verleden (imparfait)toekomende tijd (futur simple)gebiedende wijsvoorwaardelijk (conditionnel)aanvoegende wijs (subjonctif)voorverleden (plus-que-parfait)
jefaisai faitfaisaisferai—feraisfasseavais fait
tufaisas faitfaisaisferasfaisferaisfassesavais fait
il / ellefaita faitfaisaitfera—feraitfasseavait fait
nousfaisonsavons faitfaisionsferonsfaisonsferionsfassionsavions fait
vousfaitesavez faitfaisiezferezfaitesferiezfassiezaviez fait
ils / ellesfontont faitfaisaientferont—feraientfassentavaient fait
voltooid deelwoord (participe passé) fait

Onthoud faire voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen faire in ripiti