Frans · werkwoord

franchir

overschrijden, nemen (hindernis)

werkwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Les coureurs franchissent la ligne d'arrivée.
De lopers passeren de finishlijn.
Il a franchi la frontière à pied.
Hij is te voet de grens overgestoken.
Nous allons franchir ce pont demain.
We gaan morgen deze brug oversteken.

Onthoud franchir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen franchir in ripiti