Frans · werkwoord
habiter
wonen (een huis/plek)
werkwoorden · set 15
Voorbeeldzinnen
Elle habite près de la gare.
Ze woont vlak bij het station.
Nous avons habité à Lyon pendant cinq ans.
Wij hebben vijf jaar in Lyon gewoond.
Ils habiteront bientôt à la campagne.
Ze zullen binnenkort op het platteland wonen.
Onthoud habiter voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen habiter in ripiti