Frans · werkwoord

loger

logeren, onderdak hebben

werkwoorden · set 57

Voorbeeldzinnen

Nous logeons dans un petit hôtel près de la gare.
Wij logeren in een klein hotel bij het station.
Ils ont logé chez des amis pendant une semaine.
Ze hebben een week bij vrienden gelogeerd.
Tu pourras loger chez moi ce week-end.
Je kunt dit weekend bij mij logeren.

Onthoud loger voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen loger in ripiti