Frans · werkwoord
nourrir
voeden, eten geven
werkwoorden · set 37
Voorbeeldzinnen
Elle nourrit ses poules chaque matin.
Ze voedt haar kippen elke ochtend.
Nous avons nourri les oiseaux au parc.
We hebben de vogels in het park gevoerd.
Il faut nourrir le bébé toutes les trois heures.
Je moet de baby om de drie uur voeden.
Onthoud nourrir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen nourrir in ripiti