Frans · werkwoord

passer

voorbijgaan, langskomen

regelmatigwerkwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Le bus passe devant chez moi toutes les dix minutes.
De bus komt elke tien minuten langs mijn huis.
Ils sont passés devant la boulangerie sans s'arrêter.
Ze zijn langs de bakkerij gelopen zonder te stoppen.
Je passerai devant ta maison demain matin.
Ik kom morgenochtend langs jouw huis.

Vervoeging 9 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijdvoltooid verleden (passé composé)onvoltooid verleden (imparfait)toekomende tijd (futur simple)gebiedende wijsvoorwaardelijk (conditionnel)aanvoegende wijs (subjonctif)voorverleden (plus-que-parfait)
jepassesuis passépassaispasserai—passeraispasseétais passé
tupasseses passépassaispasseraspassepasseraispassesétais passé
il / ellepasseest passépassaitpassera—passeraitpasseétait passé
nouspassonssommes passéspassionspasseronspassonspasserionspassionsétions passés
vouspassezêtes passéspassiezpasserezpassezpasseriezpassiezétiez passés
ils / ellespassentsont passéspassaientpasseront—passeraientpassentétaient passés
voltooid deelwoord (participe passé) passé

Onthoud passer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen passer in ripiti