Frans · werkwoord

posséder

bezitten

werkwoorden · set 50

Voorbeeldzinnen

Elle possède une petite maison à la campagne.
Ze bezit een klein huisje op het platteland.
Il a possédé ce terrain pendant vingt ans.
Hij heeft dit stuk grond twintig jaar bezeten.
Nous voulons posséder notre propre appartement un jour.
We willen ooit ons eigen appartement bezitten.

Onthoud posséder voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen posséder in ripiti