Frans · werkwoord

pousser

duwen

werkwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

Je pousse la porte avec l'épaule.
Ik duw de deur open met mijn schouder.
Il a poussé la table contre le mur.
Hij heeft de tafel tegen de muur geduwd.
Tu peux pousser cette chaise un peu ?
Kun je deze stoel een stukje opduwen?

Onthoud pousser voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen pousser in ripiti