Frans · werkwoord

ressembler à

lijken op

met vast voorzetselwerkwoorden · set 28

Voorbeeldzinnen

Elle ressemble à sa grand-mère.
Zij lijkt op haar oma.
Il a ressemblé à son père.
Hij heeft op zijn vader geleken.
Bientôt, elle ressemblera à sa sœur.
Binnenkort zal ze op haar zus lijken.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: ressembler à, niet ressembler.

Onthoud ressembler à voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen ressembler à in ripiti