Frans · werkwoord
servir
serveren, bedienen
werkwoorden · set 6
Voorbeeldzinnen
Le serveur sert le café aux clients.
De ober serveert de klanten koffie.
Elle a servi le dîner à huit heures.
Ze heeft het avondeten om acht uur opgediend.
Nous servirons le dessert plus tard.
Wij serveren het dessert later.
Onthoud servir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen servir in ripiti