Frans · werkwoord
terminer
beëindigen, afronden
werkwoorden · set 27
Voorbeeldzinnen
Je termine mon travail à dix-huit heures.
Ik beëindig mijn werk om zes uur 's avonds.
Elle a terminé son repas très vite.
Ze heeft haar maaltijd heel snel afgemaakt.
Nous allons terminer la vaisselle avant le dîner.
We gaan de afwas afmaken voor het avondeten.
Onthoud terminer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen terminer in ripiti