Frans · werkwoord
traverser
oversteken, doorkruisen
werkwoorden · set 12
Voorbeeldzinnen
Les enfants traversent la rue avec leur mère.
De kinderen steken met hun moeder de straat over.
Nous avons traversé le pont à pied.
We zijn te voet over de brug gelopen.
Il faut traverser la forêt pour arriver.
Je moet het bos doorkruisen om er te komen.
Onthoud traverser voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen traverser in ripiti