Frans · werkwoord
utiliser
gebruiken
werkwoorden · set 7
Voorbeeldzinnen
J'utilise mon téléphone pour tout.
Ik gebruik mijn telefoon voor alles.
Nous avons utilisé une vieille carte.
We hebben een oude kaart gebruikt.
Tu peux utiliser mon ordinateur ce soir.
Je kunt vanavond mijn computer gebruiken.
Ook goed
Op de kaart “gebruiken” keurt ripiti ook se servir de goed.
Onthoud utiliser voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen utiliser in ripiti