Spaans · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

a la vez

tegelijk, tegelijkertijd

bijvoeglijk & bijwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

No puedo hacer dos cosas a la vez.
Ik kan geen twee dingen tegelijk doen.
Todos hablaban a la vez en la reunión.
Iedereen praatte tegelijk tijdens de vergadering.
Llegamos a la vez a la puerta.
We kwamen tegelijk bij de deur aan.

Onthoud a la vez voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen a la vez in ripiti