Voorbeeldzinnen
El autobús iba lleno esta mañana.
De bus zat vanochtend vol.
La nevera está llena de comida.
De koelkast zit vol met eten.
El estadio estará lleno el domingo.
Het stadion zal zondag vol zitten.
Onthoud lleno voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen lleno in ripiti