Spaans · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

puntual

punctueel, stipt

bijvoeglijk & bijwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

Mi jefe es muy puntual.
Mijn baas is erg stipt.
Llegó puntual a la entrevista.
Hij kwam stipt op tijd op het sollicitatiegesprek.
puntual, el tren no espera.
Wees stipt, de trein wacht niet.

Onthoud puntual voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen puntual in ripiti