Spaans · naamwoord

el barco

de boot, het schip

met lidwoordnaamwoorden · set 8

Voorbeeldzinnen

El barco entra al puerto.
De boot vaart de haven binnen.
Cruzamos en barco a la isla.
We staken met de boot over naar het eiland.
El barco zarpará a las diez.
De boot vertrekt om tien uur.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el barco. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el barco voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el barco in ripiti