Spaans · naamwoord

el curso

de cursus, het leerjaar

met lidwoordnaamwoorden · set 12

Voorbeeldzinnen

El curso dura tres meses.
De cursus duurt drie maanden.
Terminó el curso de inglés en junio.
Hij rondde de cursus Engels in juni af.
Haré un curso de cocina.
Ik ga een kookcursus doen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el curso. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el curso voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el curso in ripiti