Spaans · naamwoord

el negocio

de zaak (bedrijf), de handel

met lidwoordnaamwoorden · set 17

Voorbeeldzinnen

El negocio va bien.
De zaak gaat goed.
Montó un negocio con su prima.
Ze begon een zaak samen met haar nicht.
El negocio dará beneficios pronto.
De zaak gaat binnenkort winst opleveren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el negocio. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el negocio voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el negocio in ripiti