Spaans · naamwoord

el reloj

het horloge, de klok

met lidwoordnaamwoorden · set 83

Voorbeeldzinnen

Mi reloj está atrasado.
Mijn horloge loopt achter.
Me quité el reloj antes de ducharme.
Ik deed mijn horloge af voordat ik ging douchen.
Le regalaron un reloj por su jubilación.
Hij kreeg een horloge voor zijn pensioen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el reloj. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el reloj voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el reloj in ripiti