Spaans · naamwoord

el supermercado

de supermarkt

met lidwoordnaamwoorden · set 88

Voorbeeldzinnen

Voy al supermercado todos los sábados.
Ik ga elke zaterdag naar de supermarkt.
El supermercado cierra a las diez.
De supermarkt sluit om tien uur.
Compré fruta y pan en el supermercado.
Ik kocht fruit en brood in de supermarkt.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el supermercado. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el supermercado voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el supermercado in ripiti