Spaans · naamwoord

el tío

de oom, de vent

met lidwoordnaamwoorden · set 58

Voorbeeldzinnen

Mi tío vive en Sevilla.
Mijn oom woont in Sevilla.
Visitamos a mi tío en agosto.
In augustus bezochten we mijn oom.
Mi tío tiene una tienda en el centro.
Mijn oom heeft een winkel in het centrum.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el tío. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el tío voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el tío in ripiti