Spaans · naamwoord

el vecino

de buurman

met lidwoordnaamwoorden · set 19

Voorbeeldzinnen

El vecino riega a las ocho.
De buurman sproeit om acht uur.
El vecino nos ayudó con la mudanza.
De buurman hielp ons met de verhuizing.
El vecino nuevo llegará el viernes.
De nieuwe buurman komt vrijdag.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el vecino. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud el vecino voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el vecino in ripiti