Spaans · naamwoord

el viaje

de reis

met lidwoordnaamwoorden · set 9

Voorbeeldzinnen

El viaje fue tranquilo.
De reis verliep rustig.
Preparamos el viaje con tiempo.
We bereidden de reis ruim op tijd voor.
El viaje durará seis horas.
De reis duurt zes uur.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: el viaje. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met el viaje

Onthoud el viaje voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen el viaje in ripiti