Spaans · naamwoord

la basura

het afval, de vuilnis

met lidwoordnaamwoorden · set 77

Voorbeeldzinnen

Saca la basura antes de cenar.
Zet het afval buiten voor het eten.
La basura huele mal en verano.
Het afval stinkt in de zomer.
Tiré los papeles a la basura.
Ik gooide de papieren in het afval.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la basura. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la basura voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la basura in ripiti