Spaans · naamwoord

la carne

het vlees

met lidwoordnaamwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

La carne está tierna.
Het vlees is mals.
Compró carne para el guiso.
Hij kocht vlees voor de stoofpot.
Asaremos la carne fuera.
We grillen het vlees buiten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la carne. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la carne voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la carne in ripiti