Spaans · naamwoord

la casa

het huis

met lidwoordnaamwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

La casa tiene jardín.
Het huis heeft een tuin.
Vendieron la casa del pueblo.
Ze hebben het huis in het dorp verkocht.
Pintaremos la casa en mayo.
We verven het huis in mei.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la casa. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met la casa

Onthoud la casa voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la casa in ripiti